Hoe houden we ons ras gezond?

 

Onderstaande is geschreven op persoonlijke titel en betreft mijn persoonlijke visie.

 

Zorg goed voor je hond en bouw lichamelijke inspanning bij pups voorzichtig op.

Dat wil zeggen: goede voeding, veel lichaamsbeweging en elke dag minimaal een wandeling van drie kwartier waarbij de hond los kan rennen. Jachttraining vinden Drenten fantastisch en is goed voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van je hond.

Bij een jonge hond moeten alle botten en gewrichten nog goed settelen. Vermijd daarom gladde vloeren, laat een pup geen trap lopen en niet ruw met een grote zware hond spelen. Rennen naast een fiets kan pas vanaf een jaar. Bouw alle inspanning stapje voor stapje op. Laat bijvoorbeeld een pup van een half jaar oud niet langer dan 30-40 minuten lopen en start niet gelijk met urenlange jachttraining. Zo maak je het risico op bijvoorbeeld heup- en elleboogdysplasie een stuk kleiner.

 

Alleen fokken met gezonde dieren.

Beide rasverenigingen hanteren verschillende criteria waar honden waarmee gefokt wordt aan moeten voldoen. Wat mij betreft moet je dat vooral zien als minimale criteria. Veel fokkers hanteren strengere normen. Ze kijken bijvoorbeeld niet alleen naar de ouderdieren, maar ook naar de honden in de stamboom en andere verwanten. Waar zitten mogelijke ziekten en gedragsproblemen? Welke risico’s zijn wel of niet aanvaardbaar? Hoe zwaar wegen jachteigenschappen of uiterlijk mee? Elke fokker maakt daar eigen keuzen in. Zelf heb ik bijvoorbeeld een voorkeur voor een al wat oudere dekreu. Mocht de reu een genetische aandoening zoals epilepsie hebben, dan komt dat meestal de eerste 4-5 jaar wel aan het licht. Dus bij een oudere reu is het risico daarop kleiner.

 

Fokken met lage inteelt.

Hoe hoger de inteelt van een fokcombinatie, des te groter het risico op genetische aandoeningen voor het nest. Helaas is inteelt bij de Drent onvermijdelijk doordat het ras heel klein is en alle honden inmiddels familie van elkaar zijn. Bij de Drent wordt meestal gewerkt met een inteeltcoëfficiënt berekend over 11 generaties. In 2010 was dat gemiddeld nog 19,66. Door vereende inspanning van fokkers is dat teruggelopen tot 15,83 in 2019! Dus dat is winst. Maar eigenlijk houden we onszelf daarmee voor de gek. De daadwerkelijke inteelt is hoger. Die moet je berekenen over alle voorgaande generaties. Met elke generatie loopt die inteelt op. De kunst is die toename zo langzaam mogelijk te laten verlopen. Dat lukt de laatste jaren redelijk goed. In 2010 was deze inteeltcoëfficiënt 22,67. In 2019 23,54. Maar eerlijk gezegd is dit nog steeds erg hoog: een combinatie broer en zus waarvan de voorouders niet aan elkaar verwant zijn, geeft een inteeltcoëfficiënt van 25 en daar zitten we dus al vlakbij!

 

Een zo groot mogelijke genetische diversiteit is belangrijk om ook op lange termijn de inteelt laag te kunnen houden.

Dat het zo moeilijk is om de inteelt laag te houden, komt door de beperkte genetische diversiteit in ons ras. Elke hond heeft een heleboel genen. Sommige genen komen veel voor, andere genen weinig. Alle verschillende genen van al die honden bij elkaar vormen de genenpool. Maar omdat wij maar een klein ras hebben, is die genenpool niet zo groot. De genenpool wordt ook niet meer groter, tenzij we honden zonder stamboom of andere rassen gaan inkruisen. Helaas wordt de genenpool om allerlei redenen wel almaar kleiner.

De hoeveelheid verschillende genen die in een ras circuleren, bepaalt de genetische diversiteit. Hoe groter de genenpool, hoe groter de genetische diversiteit. Door die genetische diversiteit ook voor de langere termijn zo hoog mogelijk te houden, kunnen we voorkomen dat inteelt in het ras te snel oploopt. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten zoveel mogelijk honden hun genen doorgeven aan het nageslacht. Dat betekent dat we veel meer nesten moeten fokken met veel meer verschillende teven en reuen. Daarbij is het ook belangrijk om honden te gebruiken uit lijnen waar in het verleden weinig mee gefokt werd en waarvan de genen dreigen te verdwijnen.

 

Lees ook: 

Wat is genetische diversiteit en waarom is dat zo belangrijk?

Hoe kunnen we de genetische diversiteit behouden of versterken?

Hoe kunnen we zelf als drentenliefhebber of rasvereniging bijdragen aan diversiteit?

 

 

 

 

 

 

gallery/nest 24 april2