Outcross en look-a-likes

 

Met allerlei maatregelen kunnen we wel proberen om de genetische diversiteit die we hebben te behouden, maar beter dan dit wordt het niet echt. Misschien kunnen we het nog iets opkrikken door veel te fokken met honden die genen hebben die nu zeldzaam zijn in het ras (d.w.z. honden met een lage Mean Kinship), maar daar houdt het dan wel mee op. Willen we nieuwe genen naar binnenhalen om de inteelt te kunnen verlagen, dan moet het stamboek open. En dat kan slechts op twee manieren: het fokken met look-a-likes of het kruisen van ons ras met andere rassen, oftewel outcross.

 

Look-a-likes

Dit zijn honden die eruitzien als een Drent, maar niet als zodanig geregistreerd staan; ze hebben geen officiële stamboom. Het is (of wordt binnenkort) mogelijk deze honden ‘aan te keuren’ en op te nemen in het stamboek. Door deze honden op te nemen in een fokprogramma zou je in theorie de diversiteit in het ras kunnen verhogen. Immers, je brengt vers bloed naar binnen. De vraag is echter of het wel vers bloed is. Hoogstwaarschijnlijk zijn look-a-likes afstammelingen van officiële Drenten met een stamboom. Maar ergens heeft een fokker geen zin gehad om die stambomen aan te kopen en zijn er dus ‘wilde’ Drenten ontstaan. Daarom is het van groot belang om met genetisch onderzoek na te gaan waar deze look-a-likes van afstammen. Als zij genetisch nauw verwant zijn aan de echte rashonden, zullen ze weinig nieuws toevoegen aan de genenpool. Maar het valt te proberen.

 

Outcross

Bij outcross wordt er systematisch volgens een tevoren afgesproken plan stap-voor-stap vers bloed van andere rassen naar binnen gefokt. Zo’n plan dient te worden goedgekeurd door de Raad van Beheer. Het grote voordeel voor ons als drentenliefhebbers, is dat anderen ons al zijn voorgegaan. Van hun ervaringen kunnen we veel leren. Voorbeelden zijn de Wetterhoun, de Saarlooswolfhond en eigenlijk ook het Markiesje, een ras dat weer van voren af aan wordt terug gefokt.

Onderdeel van zo’n plan is bijvoorbeeld dat 80% van de gehele fokpopulatie raszuiver blijft. Pas na enkele generaties mogen kruisingsproducten, waarvan het ‘bloed’ dus al fors is vermengd met dat van echte Drenten vrij meedoen in de fokkerij. Maar zelfs dan wordt er gewaakt dat gedurende zes generaties nakomelingen van die outcross niet met elkaar worden gekruist, om te voorkomen dat mogelijke ongewenste recessieve eigenschappen toch weer naar voren treden.

 

In feite is het plan eenvoudig. Een Drent wordt gekruist met een ander ras dat tevoren zorgvuldig is uitgezocht. De vertegenwoordiger van dat andere ras moet uiteraard vrij zijn van erfelijke aandoeningen die in dat ras voorkomen, bij voorkeur aangetoond met een genetische test. De nakomelingen van zo’n outcross zien er in de regel ‘niet uit’. Ze hebben uiteraard kenmerken die op beide rassen lijken, maar het totaalplaatje lijkt soms nergens naar. Keurmeesters zoeken uit deze nakomelingen de hond(en) met de meeste drenteneigenschappen. Deze worden wederom gekruist met een Drent en dan al zie je de Drent duidelijk terugkomen. Dat proces wordt nog een keer herhaald. In zo’n derde generatie zitten veelal al honden die niet van een echte Drent zijn te onderscheiden. Zij zijn genetisch dan ook voor 87,5% Drent en nog maar voor 12,5% van een ander ras. Met elke generatie verdunt het andere ras dus. Maar er komen wel stapsgewijs nieuwe genen het Drentenras binnen en dat is precies de bedoeling.

 

Dit proces wordt voortdurend herhaald. Iedere keer met een ander ras om zoveel mogelijk diversiteit het ras binnen te halen. Maar iedere keer met beleid en met tussenpozen. Alles wordt goed gemonitord. Omdat dit proces zo voorzichtig en stapsgewijs gaat, heet het de druppelmethode. Je laat heel voorzichtig druppeltjes genen van andere rassen in onze Drenten binnen.

 

Het klinkt voor echte rasliefhebbers waarschijnlijk reuze eng. Ik denk zelf dat het niet eng is, daarvoor is er al teveel ervaring opgedaan bij andere rassen en diersoorten, maar spannend is het wel lijkt me. Tegelijkertijd kunnen we er wel heel moeilijk over doen, maar feitelijk is dit in het verleden al vele vele malen gedaan. De boeren die vroeger Drenten hielden – nog lang voordat het een officieel ras werd – fokten er ook weleens een ander ras tussendoor. Of er gebeurden ‘ongelukjes’ als ze even bij een andere boer op de koffie waren. Dus ook de founders van ons ras waren helemaal niet ‘zuiver op de graat’.

 

En wat te denken van de fokkers die vonden dat het ras wel wat roder kon, of groter, of kleiner, of meer jacht nodig had. Die hebben er ook af en toe een ander ras ingekruist, al hielden ze daar meestal hun mond over. Als je nu een Drent ziet met bijna oranje platen in plaats van bruin, kun je er de donder op zeggen dat daar ergens in de lijn een Ierse Setter, Kooiker of misschien wel een Welsh Springer Spaniel achter zit. En is er niet onlangs een Drent geboren met 3 kleuren; wit, bruin en oranje? Je zou je zelfs kunnen afvragen of het feit dat er ondanks de lage genetische diversiteit, relatief weinig te merken is van inteeltdepressie (waar je over kunt discussiëren), te maken heeft met al die stiekeme outcross uit het verleden…..

 

Wat de discussie over outcross extra complex maakt, is dat outcross het meest effectief is bij het inkruisen van rassen uit hele andere groepen. Hoe verder een hond genetisch gezien van de Drent afstaat, hoe meer deze hond qua diversiteit in te brengen heeft. Maar om nou een Drent te kruisen met een Chinese naakthond gaat wel erg ver. Gelukkig zijn er ook in die andere groepen honden te vinden die qua uiterlijk en karakter wat op de Drentsche Patrijshond lijken. En waarom zouden we niet dicht bij huis beginnen met bijvoorbeeld een Duitse Staande Langhaar? Gewoon om eens te kijken hoe dat uitpakt na 2-3 generaties. We hoeven niet gelijk alles op zijn kop te gooien toch?

 

Zelf doen?

Er is nog een andere manier om outcross te doen. Buiten de verenigingen om als individuele fokker. Stel, ik laat mijn teef dekken door een reu uit een ander ras. Ik hou daar een nakomeling van en laat die weer dekken door een Drent. Wellicht lijkt die hond genoeg op een Drent om deze aan te laten keuren als look-a-like. En zo niet, dan laat ik die 2e generatie-nakomeling weer dekken door een Drent en dan weet ik behoorlijk zeker dat de hond die daaruit geboren wordt, voldoende lijkt op een Drent om door de look-a-like keuring te komen. Het zou zo maar kunnen dat iemand het allemaal te traag vindt gaan en het op deze manier probeert. Mijn zegen hebben ze, zolang er maar heel zorgvuldig gekeken is naar welke reu uit dat andere ras gekozen is, want daar kan het wel misgaan.

 

Mijn visie op gezond fokbeleid

Het mag duidelijk zijn, wat mij betreft is outcross met andere rassen onvermijdelijk. En dan niet over 50 jaar, maar als het toch moet, laten we er dan nu maar alvast rustig mee beginnen. Niet gelijk aan de slag, maar eerst maar eens alles op een rijtje zetten. Kalmpjes aan, dan houden we iedereen binnenboord.

 

  1. Een zoektocht opzetten naar look-a-likes lijkt weinig zin te hebben. De kans dat we honden vinden die genetisch echt iets nieuws in te brengen hebben is klein. Maar als ze zich aanmelden, dan is het de moeite van het onderzoeken waard.
  2. Het wordt tijd dat we ons als drentenliefhebbers gaan verdiepen in het onderwerp outcross. Artikelen in Onze Drent of bijvoorbeeld lezingen van Marjoleine Roosendaal zijn een goed startpunt. Marjoleine Roosendaal stond aan de wieg van het outcross-programma van de Wetterhoun. Haar lezingen over outcross kun je ook zelfstandig volgen. Het zou goed zijn als ze door de vereniging wordt uitgenodigd.
  3. Met informatiebijeenkomsten kunnen we de discussie binnen ons ras starten. Ik denk dat dat een mooi opstapje is om stap-voor-stap toe te werken naar een plan conform de richtlijnen van de Raad van Beheer.
  4. Wat mij betreft beginnen we (daarnaast?) gewoon eens met een outcross-nest met de Duitse Staande Langhaar. Er zijn genoeg mensen die dat een goed plan vinden. Het zou leuk zijn als dat vanuit de vereniging wordt georganiseerd (of oogluikend goedgekeurd en gevolgd) als testcase, maar als dat een stap te ver is, kunnen fokkers het ook zelf doen. Nakomelingen kunnen dan na 2 generaties als look-a-like worden aangekeurd.
  5. Op dit moment zijn er verschillende nakomelingen van een Drent met een hond uit een ander ras. Persoonlijk weet ik dat er nakomelingen zijn van Drenten die een nest hebben gehad met een Ridgeback, een Wheaten, een Duitse Staande Draadhaar en een combi Stabij/Berner Senner met een Drent. Het zou boeiend zijn als de nakomelingen uit deze combi’s weer worden gekruist met een echte Drent. Dan kunnen we eens kijken hoe dat uitpakt. En wie weet kunnen we deze honden, of de generatie daarna, aankeuren als look-a-like….

 

Meer achtergrondinformatie

Gezond fokken met Drenten - de basis

Meer fokken met meer honden (o.a. door strengere dekreubeperking)

Fokken met lage Mean Kinship

Inteelt beperken

Hogere fokleeftijd

Elleboogdysplasie

Epilepsie

Von Willebrand Disease type 1